01
Werk in etappes
Rol vanuit het midden en draai het deeg regelmatig. Zo merk je sneller waar een dikker stuk zit. Gebruik alleen zoveel losse bloem als nodig is om vastplakken te voorkomen.
02
Let op terugveren
Trekt een brood- of getoerd deeg telkens terug, geef het dan even rust. Blijf het afdekken. Bij boterig deeg kan daarnaast een koelpauze nodig zijn als het te zacht wordt.
03
Bewaar de opgegeven dikte
De dikte hoort bij de baktijd van je recept. Een veel dunnere koek of dikkere taartbodem gedraagt zich anders. Gebruik zo nodig deeglatjes of controleer op enkele plaatsen.




